De drie fasen van de bevalling

Langs het bekken

Bij 10 cm is de ontsluiting volledig. De baarmoederhalsheeft zijn maximale opening om het hoofd van de baby, dat meestal naar benedenligt, door te laten. Dan begint het indalen in het geboortekanaal en de inwendige spildraai. Nu begin je actief mee te werken aan de geboorte door tijdens elke wee mee te persen.

Langs de bekkenbodem en de vagina

Dat het geboortekanaal breed genoeg is om de baby er doorheen te persen is te danken aan een aantal hormonen. Deze hormonen zorgen ervoor dat de spieren van de bekkenbodem versoepelenen. De persweeën zorgen ervoor dat het hoofdje langzaam indaalt en het weefsel openrekt. Bij elke wee zie je een beetje meer van het babyhoofdje. Als de vagina voldoende is opengerokken zal het hoofdje niet meer terugglijden zoals tussen de vorige weeën. Vanaf nu zal je de aanwijzingen van de vroedvrouw, de arts of de kraamverpleegster moeten volgen bij het persen. Het zou kunnen dat de arts nu moet beslissen een keizersnede uit te voeren. Tot deze noodoplossing wordt beslist als de ontsluiting maar niet vordert of als de baby in gevaar is en dringend moet worden geboren. Alles zal dan plots zeer snel gaan en er zal op dat moment maar weinig aandacht aan jou worden geschonken. Bedenk dat het om een heelkundige ingreep gaat en dat alles in gereedheid moet gebracht worden om je baby veilig op de wereld te brengen.

 

Episiotomie

In dit stadium zal de arts soms een episiotomieof “knip” moeten uitvoeren. Met een schuine snede maakt hij de uitgang van de vagina groter om inscheuring te voorkomen. Deze knip wordt onder plaatselijke verdoving gegeven en is volledig pijnloos. De wonde geneest snel, maar het litteken zorgt gedurende een aantal weken nog voor wat ongemak.

De geboorte

Eindelijk is het lang verwachte moment aangebroken. Als je wilt kan je de geboorte in eenspiegel volgen, je ziet dan het hoofdje van de baby en bij de volgende perswee de neus en de kin. Nu zal de baby vanzelf het hoofdje opzijdraaien (= uitwendige spildraai), want tijdens de geboorte ligt hij met het gezicht naar beneden. Na een laatste inspanning komen de schouders en dan volgt de rest van het lichaampje vanzelf. Je baby is er ! Je hoort hem wenen, zijn longen nemen voor het eerst zuurstof uit de buitenwereld op en hij ademt helemaal zelfstandig. Voor het eerst kan je hem nu in je armen nemen. Na enkele minuten zal de arts, of soms de vader, de navelstreng doorknippen. Indien de bevalling te lang duurt, je te vermoeid bent of de baby niet genoeg zuurstof krijgt, kan je de bevalling versnellen. Dat gebeurt op verschillende manieren:

  • ofwel zal men met veel kracht op bepaalde plaatsen van je buik duwen. Wees niet ongerust, dat is normaal;
  • ofwel gebruikt de arts forceps: het instrument kan je vergelijken met twee lepels die rond het hoofdje van de baby passen;
  • ofwel gebruikt de arts een zuignap: een metalen kapje wordt op het hoofdje van de baby geplaatst. Het kapje is door een slangetje aan een zuigpomp verbonden. Met de pomp wordt het kapje langzaam vacuüm gezogen, waardoor het vast op het hoofdje zit. Tijdens een wee wordt de baby dan voorzichtig naar buiten getrokken.

Na de geboorte

Terwijl de kinderarts je baby onderzoekt, zal je verder worden verzorgd. Het is bijna voorbij, nog een beetje geduld wantde placenta en de vruchtvliezen moeten nog geboren worden. De baarmoederspier trekt samen en de baarmoeder wordt weer kleiner. Door de naweeën komt de placenta van de baarmoederwand los en komt ze naar buiten. Meestal verloopt er een half uur tussen de geboorte van je baby en die van de placenta. Indien je een knip gekregen hebt tijdens de bevalling wordt die nu gehecht. Je zal het een beetje koud hebben of heel hard beven. Dat is een normale reactie na de grote fysische en emotionele inspanning die je net hebt geleverd.